
Twijfel is het begin van wijsheid. Die spreuk hing lange tijd bij mijn ouders op het prikbord van het toilet. Ik heb vaak gedacht dat ik dan wel een hele wijze vrouw moet zijn. Ik heb wat getwijfeld in mijn leven. Van de kleinste dingen kon ik de grootste levensvragen maken.
Ik heb ook flink getwijfeld of ik wel aan dit blog moest beginnen. Want mensen gaan er wat van vinden. Door mijn ervaringen in het verleden ben ik misschien nog steeds wat vatbaar voor de meningen van derden. Met name wildvreemde derden. Want iedereen heeft een mening over dikke mensen (ja, ik ook!) en velen vinden dat ze dat ook uit mogen spreken. (Wat ik dan weer niet doe.)
Ben jij nog niet dik genoeg?
Ooit was ik eens vijftien kilo afgevallen. In die periode voetbalde ik graag en veel. Voor mijn studie moest ik naar Amsterdam en ’s avonds had ik in Leek afgesproken met vriendinnen. We zouden het eerste herenelftal aanmoedigen tijdens het Leekster Voetbalgala. Ik at voor het eerst in maanden een frietje, toen er een meneer naar mij toe kwam. ‘Ben jij nog niet dik genoeg?’ Het frietje waar ik mij zo op verheugd had, smaakte niet meer en belandde in de afvalbak.
Ik was voor de tweede keer in het ravijn dat burnout heet, gedonderd. Zo’n vijf jaar geleden. Ik wandelde veel, omdat dat goed voor me was. In de verte zag ik een hardloper aankomen. Hij naderde snel en klaarblijkelijk liep ik in de weg. Hij raakte me en riep: ‘aan de kant dikzak’. En ik ging daarna twijfelen of ik niet iets sneller opzij had moeten stappen. Ik dacht toen echt dat het mijn fout was, dat die man mij raakte. Terwijl hij natuurlijk ook een stap opzij had kunnen doen.
Mag ik je een advies geven
Ik was met vrienden uit eten geweest in Assen. Het was niet zo lang na de ramp met de MH17. De trein stond al op het perron, toen ik de trap op sprintte. Ik leek hem te gaan halen toen ik mij realiseerde dat ik was vergeten in te checken. Ik sprintte naar de incheckpaal en… de trein reed weg. Ik ging op een bankje uit zitten hijgen en wachtte op de volgende trein, toen er een meneer op mij afkwam. ‘Mag ik je een advies geven? Je moet niet boos worden.’ Het was geen vraag. Mijn antwoord van: doe maar niet , negeerde hij. ‘Misschien moet je meer sporten en minder eten. Dan had je die trein wel gehaald.’ Ik ontplofte. Hoe haalde hij het in zijn hoofd. Met een verontwaardigd: ‘ik zei toch dat je niet boos moest worden!’, maakte hij zich uit de voeten. En ik ging twijfelen. Ja ik was natuurlijk wel dik. En misschien moest ik toch nog meer gaan bewegen. Ik barstte in een onbedaarlijke huilbui uit en voelde me ellendig.
Ik moest op de foto. Ik kon er niet onderuit. Ik stond liever achter de camera dan ervoor. Ik ging klaar staan voor de fotografe. Maakte mijn nek lang zodat mijn onderkin minder dik leek. Ik vroeg of ze me iets van bovenaf wilde fotograferen, dan kwam ik er wat voordeliger op. ‘Ja je bent wel eens minder dik geweest.’ Ze zag dat ik schrok. ‘Ja dat mag toch best gezegd worden?’ Nee, dat hoeft niet gezegd te worden. Dat weet ik zelf ook wel. Helaas stond ik met mijn mond vol tanden en kon ik alleen maar wat stamelen.
Ik wil niet geconfronteerd worden met jouw vetrolletjes
Ik was dol op toneelspelen. Ik vond het doodeng, op toneel staan. Maar ook heel leuk. Zeker ook het proces van repeteren. Tijdens een repetitie trok een tegenspeler mijn jas open. ‘Goed zo, je hebt nu een wijder shirt aan. Ik wil niet geconfronteerd worden met jouw vetrolletjes.’ De week ervoor was mijn shirt volgens haar te strak geweest. Ik heb de serie voorstellingen afgemaakt en daarna zes jaar lang niet gespeeld. Ik durfde me op het toneel niet meer kwetsbaar op te stellen. De veiligheid binnen de spelersgroep was er niet meer.
Dergelijke ervaringen zorgen ervoor dat ik nog steeds twijfel. Zeker nu ik niet de meetbare cijfers voorop zet, maar mijn gevoel. Ik voel me goed en ik ben goed zoals ik ben. En ik krijg ongetwijfeld de vraag: denk je dat het nu wel lukt? Want ja alle diëten die ik in mijn leven heb gedaan, zijn jammerlijk mislukt. Maar dat komt omdat het diëten zijn en geen levensstijl. En dit blog vul ik vooral voor mezelf. En als er lotgenoten zijn die er iets aan hebben. Dan is dat mooi meegenomen.







