Mijn lieve, leuke, idiote brein

Mijn favoriete oefening: planken.

Ik zit op de bank. Ik heb koppijn en geen zin om te trainen. Maar ik heb afgesproken dat ik om vier uur bij Hilde ben. Buiten giert de wind om het huis. Net als een week geleden. Dus reken ik tien minuten extra fietstijd. Met frisse tegenzin trek ik mijn schoenen aan. Pak mijn spullen en spring op de fiets.

Limonade

‘Hoe gaat het?’ Koppijn zeg ik. Onderwijl haal ik de anderhalve liter fles water uit mijn tas. Ik heb vandaag thuis gewerkt en dan drink ik standaard te weinig. ‘Er zit limonade doorheen’, verontschuldig ik me. ‘Ja, en? Wat is daar mis mee?’ lacht Hilde. Ik realiseer me dat ik in oud gedrag verval. Hilde als een autoriteit zie, aan wiens voorwaarden ik moet voldoen en me verontschuldig voor iets wat in mijn hoofd op de lijst van foute producten staat. Ik lach en neem een ferme slok, voordat we beginnen.


Tja die lijstjes van foute producten. Af en toe vinden ze nog een weg terug in mijn hoofd. Vroeger waren ze nog heftiger aanwezig. Ik dacht dat ik goed bezig was. Maar dat was niet zo. Vorig jaar was ik uit eten met mijn 18-jarige nicht Myrte. We waren lekker aan het dikkedakken in mijn favoriete eetcafé. Zoals wel vaker komt het gesprek op vroeger. ‘Ja het was altijd gezellig bij jou. Maar als ik een ijsje kreeg of iets anders lekkers dan zat ik altijd alleen te eten, want jij deed niet mee.’ Dat was best wel confronterend. En heel eerlijk van haar. ‘Dat vond ik best wel jammer.’ Er ontspon zich een mooi gesprek, waarvan de rest tussen haar en mij blijft.

Ik trakteer!

Afgelopen zondag. Ik ben met mijn 17-jarige neef Nick in Groningen. Voordat we naar de verjaardag van zijn jongere broer gaan, hebben we afgesproken om nog even te fotograferen. Maar tante Mariëlle wil eerst koffie. Terwijl ik in mijn cappuccino bijt, merkt Nick op dat hij nog moet lunchen. Hij duikt in de kaart en vraagt: wil je ook iets lekkers? Ik trakteer!. Ik merk dat mijn lieve, leuke, idiote brein meteen weer op hol slaat. Er is straks ook nog taart en ik had me daarop verheugd. ‘Ja, doe mij maar iets met chocolade’, hoor ik mezelf zeggen.

Terwijl ik mijn vorkje in de brownie steek, voel ik me onoverwinnelijk. En ja ik heb ’s middags ook nog een klein stukje slagroomtaart gehad. Zonder schuldgevoel. Lekker gevoel.

Twijfel is het begin van wijsheid

Op de fiets naar huis na een training.

Twijfel is het begin van wijsheid. Die spreuk hing lange tijd bij mijn ouders op het prikbord van het toilet. Ik heb vaak gedacht dat ik dan wel een hele wijze vrouw moet zijn. Ik heb wat getwijfeld in mijn leven. Van de kleinste dingen kon ik de grootste levensvragen maken.

Ik heb ook flink getwijfeld of ik wel aan dit blog moest beginnen. Want mensen gaan er wat van vinden. Door mijn ervaringen in het verleden ben ik misschien nog steeds wat vatbaar voor de meningen van derden. Met name wildvreemde derden. Want iedereen heeft een mening over dikke mensen (ja, ik ook!) en velen vinden dat ze dat ook uit mogen spreken. (Wat ik dan weer niet doe.)

Ben jij nog niet dik genoeg?

Ooit was ik eens vijftien kilo afgevallen. In die periode voetbalde ik graag en veel. Voor mijn studie moest ik naar Amsterdam en ’s avonds had ik in Leek afgesproken met vriendinnen. We zouden het eerste herenelftal aanmoedigen tijdens het Leekster Voetbalgala. Ik at voor het eerst in maanden een frietje, toen er een meneer naar mij toe kwam. ‘Ben jij nog niet dik genoeg?’ Het frietje waar ik mij zo op verheugd had, smaakte niet meer en belandde in de afvalbak.

Ik was voor de tweede keer in het ravijn dat burnout heet, gedonderd. Zo’n vijf jaar geleden. Ik wandelde veel, omdat dat goed voor me was. In de verte zag ik een hardloper aankomen. Hij naderde snel en klaarblijkelijk liep ik in de weg. Hij raakte me en riep: ‘aan de kant dikzak’. En ik ging daarna twijfelen of ik niet iets sneller opzij had moeten stappen. Ik dacht toen echt dat het mijn fout was, dat die man mij raakte. Terwijl hij natuurlijk ook een stap opzij had kunnen doen.

Mag ik je een advies geven

Ik was met vrienden uit eten geweest in Assen. Het was niet zo lang na de ramp met de MH17. De trein stond al op het perron, toen ik de trap op sprintte. Ik leek hem te gaan halen toen ik mij realiseerde dat ik was vergeten in te checken. Ik sprintte naar de incheckpaal en… de trein reed weg. Ik ging op een bankje uit zitten hijgen en wachtte op de volgende trein, toen er een meneer op mij afkwam. ‘Mag ik je een advies geven? Je moet niet boos worden.’ Het was geen vraag. Mijn antwoord van: doe maar niet , negeerde hij. ‘Misschien moet je meer sporten en minder eten. Dan had je die trein wel gehaald.’ Ik ontplofte. Hoe haalde hij het in zijn hoofd. Met een verontwaardigd: ‘ik zei toch dat je niet boos moest worden!’, maakte hij zich uit de voeten. En ik ging twijfelen. Ja ik was natuurlijk wel dik. En misschien moest ik toch nog meer gaan bewegen. Ik barstte in een onbedaarlijke huilbui uit en voelde me ellendig.

Ik moest op de foto. Ik kon er niet onderuit. Ik stond liever achter de camera dan ervoor. Ik ging klaar staan voor de fotografe. Maakte mijn nek lang zodat mijn onderkin minder dik leek. Ik vroeg of ze me iets van bovenaf wilde fotograferen, dan kwam ik er wat voordeliger op. ‘Ja je bent wel eens minder dik geweest.’ Ze zag dat ik schrok. ‘Ja dat mag toch best gezegd worden?’ Nee, dat hoeft niet gezegd te worden. Dat weet ik zelf ook wel. Helaas stond ik met mijn mond vol tanden en kon ik alleen maar wat stamelen.

Ik wil niet geconfronteerd worden met jouw vetrolletjes

Ik was dol op toneelspelen. Ik vond het doodeng, op toneel staan. Maar ook heel leuk. Zeker ook het proces van repeteren. Tijdens een repetitie trok een tegenspeler mijn jas open. ‘Goed zo, je hebt nu een wijder shirt aan. Ik wil niet geconfronteerd worden met jouw vetrolletjes.’ De week ervoor was mijn shirt volgens haar te strak geweest. Ik heb de serie voorstellingen afgemaakt en daarna zes jaar lang niet gespeeld. Ik durfde me op het toneel niet meer kwetsbaar op te stellen. De veiligheid binnen de spelersgroep was er niet meer.

Dergelijke ervaringen zorgen ervoor dat ik nog steeds twijfel. Zeker nu ik niet de meetbare cijfers voorop zet, maar mijn gevoel. Ik voel me goed en ik ben goed zoals ik ben. En ik krijg ongetwijfeld de vraag: denk je dat het nu wel lukt? Want ja alle diëten die ik in mijn leven heb gedaan, zijn jammerlijk mislukt. Maar dat komt omdat het diëten zijn en geen levensstijl. En dit blog vul ik vooral voor mezelf. En als er lotgenoten zijn die er iets aan hebben. Dan is dat mooi meegenomen.

Zure mevrouwen moeten hun mond houden

Onderweg naar Utrecht.

Ik ben net iets te laat de deur uit gegaan. In theorie is het een kwartiertje fietsen van mijn huis naar station Assen, maar in werkelijkheid doe je er toch al snel twintig minuten over. Ik moet de vijf over half tien trein zien te halen en eigenlijk wil ik ook nog koffie. Om half parkeer ik mijn fiets onder het station. Normaal pak ik altijd de lift. Nu kijk ik naar de steile trap en pak zonder morren deze. Vastberaden stap ik de stationshuiskamer in.

De mooie volle vrouw achter de balie lacht me toe. ‘Ik zag je binnenkomen met een doel.’ Klopt. Een cappuccino extra sterk. Dat kan nog net. We kletsen en lachen wat terwijl ze mijn koffie klaar maakt. ‘Goeie reis en veel plezier’, roept ze terwijl ik zielsgelukkig met mijn cappuccino richting perron loop. Vandaag ga ik mijn reisvriendinnen zien.

Bijzondere gewaarwording

Het gesprek een dag eerder met Isabelle was weer een bijzondere. Ik had de afspraak een paar weken eerder gemaakt omdat ik bij vlagen nog wat last had van het auto-ongeluk van anderhalf jaar geleden. Maar uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat ik mezelf eindelijk ten volle accepteer. Inclusief mijn lijf. En dat was toch een bijzondere gewaarwording. Want alhoewel het de laatste tijd steeds beter ging. Ben ik nooit tevreden geweest over mijn lijf. Ik was eigenlijk heel vaak boos op mijn lijf. En probeerde ik het vaak te verhullen in wijde kleding. Tijd om mezelf in een mooie verpakking te steken, denk ik bij mezelf in de trein.

Vinden jullie het ok om in Hoog Catharijne even bij Paprika binnen te lopen? app ik mijn vriendinnen. Dat is uiteraard geen probleem. Paprika is een fijne winkel voor vrouwen met rondingen. Bij binnenkomst pak ik meteen een prachtig bloemig bloesje. Vriendin een trekt een mooi tuniek uit het rek. ‘Deze zou ik ook even passen.’ De verkoopster komt aanzetten met het coca cola shirt waar ik naar gevraagd heb en vriendin twee wijst me op het groene shirt met Sunshine erop. Ik duik met vijf kledingstukken de kleedkamer in.

Twee maten kleiner

Het tuniek van vriendin een is meteen goedgekeurd. Het staat me geweldig, terwijl ik zoiets zelf nooit zou hebben uitgezocht. Ik straal. Ook het coca cola shirt staat me goed. Evenals de bloemenblouse, en het andere tuniekje waar ik mijn oog op heb laten vallen. Alleen het Sunshine T-shirt is veel te groot. Maar twee maten kleiner is ook die goedgekeurd. Ik kleed me om en kom met mijn armen vol mooie kleding de kleedkamer uit.

Zure mevrouw

Ik geef het aan de verkoopster en zeg blij: ‘Alles mag mee’. Op dat moment loopt er een mevrouw met een zuur gezicht voorbij en zegt: ‘Nou, nou, toe maar.’ Ik verkramp en schiet meteen in de verdediging: ‘Ik koop maar een paar keer per jaar nieuwe kleding.’ Op het moment dat ik het zeg, wil ik mijn tong er wel afbijten. Ik hoef aan een wildvreemde vrouw niet te verklaren waarom ik zoveel mooie, nieuwe kleren meeneem. Donder ik toch weer in die valkuil. Ik twijfel heel even, want Paprika is niet goedkoop. Moet ik dan misschien toch niet. Dan bedenk ik me hoe mooi en fijn ik me in de kleren voelde. Ik lach de zure mevrouw vriendelijk toe. Reken af en loop stralend de winkel uit.

Vrijdag is trapdag

Kut… Vrijdag is het trapdag. Ik realiseerde het me woensdag en kreeg even de neiging om de volgende dag tot trapdag uit te roepen. Want… vrijdag had ik een afspraak met Isabelle. En zij houdt zitting op de vijfde verdieping van een kantorencomplex. Dat betekende dus vijf verdiepingen omhoog met de trap.

Rustig aan beginnen

Vrijdag trapdag had ik in een lollige bui bedacht met Hilde tijdens mijn eerste training. Ik had een opmerking gemaakt dat ik de rest van de week de trap zou nemen op kantoor. Waarom meteen morgen en waarom meteen de hele week vroeg zij zich af. Je kunt ook rustig aan beginnen en een dag in de week bombarderen tot trapdag. Zo gezegd, zo gedaan en zo werd vrijdag mijn trapdag.


Vorige week had ik gesmokkeld. Ik was zo verkouden dat ik bij het kleinste trapje al in ademnood kwam. Maar vandaag kon ik er echt niet onderuit. Dus nam ik vanochtend braaf op kantoor de trap. Nog steeds een beetje verkouden, kwam ik toch niet zo buiten adem boven, als ik had verwacht. Het was ook maar een trap.

Excuustruus

Na mijn werkdag pakte ik de bus naar station Groningen. Het was lekker weer dus ik besloot naar mijn afspraak te lopen. De kortste route was over het perron naar de Emmabrug, daar de trap pakken en dan richting Stadspark lopen. De zon scheen en ik liep stevig door. Een half uur voor mijn afspraak parkeerde ik mezelf op een bankje in de zon. Nog even kwartiertje vitamine zon pakken. Want ik vermoedde dat ik wel een kwartier nodig zou hebben om die trappen omhoog te komen. De excuustruus in mij had de hele dag al geprobeerd redenen te verzinnen om toch de lift te nemen. Geen enkele was legitiem, ik ontkwam er niet aan.

Buiten adem

Uiteindelijk vielen die vijf trappen mee. Na twee hield ik even een kleine pauze om op adem te komen. Op de vierde verdieping hield ik een halve minuut stil, voordat ik de laatste treden naar de vijfde verdieping op liep. Ik had er nauwelijks vijf minuten over gedaan en was slechts een minuutje buiten adem. Ik herstelde sneller dan verwacht. Nog niet zo gek… Die vrijdag trapdag.

Het anti dieet

Ik heb altijd een gecompliceerde relatie gehad met eten. Heel veel dingen stonden op de verboden lijst en mocht ik niet eten. Zelfs nu ik bijna 48 ben en heel veel dingen opeens op hun plek vallen, heb ik dat bij vlagen nog steeds. Vlak nadat ik met Train Happy Topgewicht begon, stuurde coach Isabelle mij al een link van een podcast van Ten percent Happier. Deze had als titel: The Anti Diet. Het anti dieet. Presentator Dan Harris gaat daarin in gesprek met dietiste Evelyn Tribole. Vandaag kwam ik er pas toe deze te luisteren en het was een eyeopener.

Bijgesteld

Nu ben ik meestal een beetje huiverig voor Amerikanen. Het beeld dat ik van de gros van de Amerikanen heb is dat ze luid en overdreven zijn en super perfectionistisch. Alles is fantastisch. Met dank aan Evelyn en Dan heb ik dat beeld inmiddels een beetje bijgesteld. Terwijl ik naar de podcast luisterde vielen er een heleboel dingen op zijn plek.

‘Diëten is niet goed. Van diëten kom je altijd aan. Vreetbuien zijn een consequentie van diëten’, aldus Tribole. Okee dus het heeft niks met een gebrek aan doorzettingsvermogen te maken dat je na een dieet altijd weer aankomt. Wat je nodig hebt is een goede leefstijl, waarin je een gezonde relatie hebt met eten. Dus jezelf niet alles ontzeggen, omdat het slecht is. Toetjes zijn slecht dus die eet ik niet. ‘Onzin’, vindt Tribole. ‘Eet af en toe een toetje’, want als je je alles ontzegt wil je het des te meer. Dus dan eet je bijvoorbeeld die hele rol OREO’s op, die je niet van jezelf mag. Je proeft niet wat je eet en voelt je dan opgeblazen en futloos. Alles wat je niet mag, wil je. En daarna heb je een schuldgevoel, want je hebt iets gedaan wat niet mag. Had je wel een koekje van jezelf gemogen had je er misschien een of twee genomen.

Hersenen hebben koolhydraten nodig

Ander voorbeeld. Ik heb vorig jaar een tijd koolhydraatbeperkt gegeten. Dat zou een gunstige uitwerking hebben op mijn bloeddruk en gewicht. Behalve dat mijn darmen dat niet grappig vonden, werd ik er ook futloos van en had moeite met nadenken. ‘Je hersenen hebben koolhydraten nodig om goed na te kunnen denken.’ Oh zit dat zo. Dus misschien was het toch niet zo slim de goede koolhydraten te laten staan. De snelle koolhydraten uit geraffineerde suikers laat ik meestal nog wel links liggen.

‘Als je overdag niet genoeg eet, dan hunker je niet naar boerenkool, maar dan wil je zoet.’ Ah daarom was die opmerking van de invalhuisarts niet zo verstandig toen hij zei: je moet minder eten en meer sporten. Hij vroeg niet naar mijn eetpatroon. Ook kwam ik niet voor dat advies bij hem, ik wilde alleen maar aan de pil. Een vraag die dus niks met mijn overgewicht te maken had. Ik sloeg in die tijd het ontbijt over. At alleen lunch en avondeten en had heel vaak vreetbuien. Dat alles omdat ik gedurende de dag te weinig voeding binnenkreeg, dus.

Eer je gevoel niet met eten

En mijn vreetbuien had ik omdat ik niet wilde voelen. ‘Eer je gevoel niet met eten, maar door er aandacht aan te schenken.’ Die kwam wel even binnen. Omdat ik als hooggevoelig persoon intens voel, kan dat heftig zijn. Toen ik nog niet wist dat ik hooggevoelig was, vrat ik de onrust die dat opleverde weg. Mijn intense voelen in goede banen leiden was soms veel te veel. Had ik ruzie met iemand. Dan at ik een zak chips leeg. Want met het kraken van die chips verdween ook de frustratie. Maar kwamen ook de kilo’s eraan.

‘Je bent niet je lijf’, zegt de Amerikaanse. Je bent een persoon. Dat klopt. Ik ben Marielle. Ik ben mezelf. Ik ben gamer. Ik ben journalist, ik ben fotograaf, ik ben tante, ik ben sporter. Ik ben niet mijn overgewicht. Ik ben goed zoals ik ben!

Over hooggevoeligheid schreef ik een artikel op Gezondheid en Co. Dat kun je hier lezen.

Spierpijn

Foto Pixabay

Strontchagrijnig kwam ik aan bij Hilde. Ik had mijn dag niet. Eten ging al een paar dagen niet zoals ik wilde. Ik was het weekend weg geweest en had geen wekelijkse boodschappen gedaan. Dus had ik te weinig tussendoortjes mee en geen lunch. Tussen de middag had ik een tosti gehaald bij Bakker Bart. Dat zinde me eigenlijk niet, maar ik had het wel gedaan. Daarnaast was het koud en nat, noem het guur en wilde ik gewoon lekker warm met een kopje thee en een dekentje op de bank zitten. En dan moest ik ’s avonds ook nog voor de tweede avond op rij repeteren in Groningen. Als ik een afspraak in de sportschool had gehad, was ik niet gegaan.

Uitrazen

Al mopperend kwam ik binnen. Hilde liet me even uitrazen, terwijl ik mijn sportschoenen aantrok. We begonnen rustig aan met de warming-up en een paar oefeningen later was mijn boze bui voorbij. Toch merkte ik dat ik nog in standje sportschool ging. Tijdens de buikspieroefeningen wilde Hilde mij een compliment maken. Ik kan bij een bepaalde oefeningen mijn voeten niet plat op de grond zetten. Dus zit ik in een soort kleermakerszit. Ik onderbrak haar na een halve zin met ‘ja maar er zit wat in de weg bij mij’. Hilde maakte rustig haar zin af. ‘De manier waarop jij het doet is zwaarder.’ Oeps… Ik had met mijn antipathie tegen de sportschool, waar alles voor mijn gevoel altijd meteen goed moest, een aanname gemaakt. Foutje. ‘Bedankt voor het compliment’, lachte ik.

Toneelrepetitie

Na een trainingsuur dat voorbij vloog, fietste ik voldaan naar huis. Ik werkte een kom soep en een paar boterhammen naar binnen en maakte me op voor de toneelrepetitie. De hele avond en twee dagen erna voelde ik mijn benen. Maar mijn humeur was flink opgeknapt.

Ik vind het spannend

Het duiveltje in mijn hoofd. Foto Pixabay

Het is de eerste volle week in het nieuwe jaar. Het gewone werkritme is er weer. Ik zit op de redactie en ik merk dat ik gespannen ben. Vanmiddag ga ik voor het eerst sporten met Hilde. Wie had dat gedacht. Ik… een personal trainer. Nooit verwacht dat ik daaraan zou beginnen. Ik ken meer mensen die het doen. Een op een sporten met een trainer. De verhalen die ik van hen heb gehoord stemmen me niet al te positief. Ze moeten altijd meer en altijd een schepje erboven op, is mijn idee. Ik voel het kriebelen in mijn buik als ik eraan denk.

Duiveltje in mijn brein

Om 16.00 uur sta ik bij Hilde op de stoep. Mijn benen voelen loodzwaar aan. Er komt een lichte aanval van hyperventilatie opzetten. ‘Ik vind het spannend’, geef ik toe. In de huiskamer beginnen we met een warming-up. Ondertussen keuvelen we over onze dagelijkse bezigheden. ‘Dit klopt niet’, denkt het duiveltje in mijn brein. ‘Dit is veel te gezellig.’

Beetje pittig


We beginnen de eerste training rustig. Niet meteen erin vliegen is het devies. Sommige oefeningen zijn een beetje pittig. En dat mag best. Maar ik heb niet het gevoel dat ik alles meteen perfect hoef te doen. Tijdens het planken, blijf ik lachen en ik probeer het zo lang mogelijk vol te houden. Blijf maar praten want dan blijf je doorademen. Ik heb het gevoel dat dit makkelijker gaat dan op de sportschool. Het uur vliegt voorbij.

Blije Tranen

Vol energie spring ik op mijn fiets naar huis. Dat is maar vijf kilometer denk ik. Ik besluit de weg langs het kanaal te nemen. Halverwege voel ik tranen opkomen. Ik laat ze gaan. Het zijn blije tranen. Dit is een goed besluit geweest. Ik kan niet wachten tot het weer dinsdag is.

Gelukkig Nieuwjaar

Gelukkig nieuwjaar!!! Is het appje dat ik op 1 januari ’s middags krijg van Hilde. We gaan beginnen. Mijn brein is een beetje geïrriteerd. Jezus… Het nieuwe jaar is amper een halve dag oud en moet ik nu al over mijn Happy Topgewicht gaan nadenken. Nieuwjaarsdag is meestal nog een uitbuikdag, waarop niet gekookt wordt. En ik gooi van nature de kont tegen de krib, wanneer iets moet omdat het het eerste dag van het nieuwe jaar is en tijd voor goede voornemens. Ik druk mijn gevoelens van irritatie weg. Dit wilde ik zelf. Ik antwoord anderhalf uur later dat ik er zin in heb. Het duiveltje in mijn hoofd steekt de kop op en laat mij twijfelen of dit wel gaat lukken. Volgens mijn scheurkalender is 2020 het jaar van de goede beslissingen dus we gaan ervoor.

Hyperactief brein


Ik word enthousiaster als ik lees dat ik minimaal tien muzieknummers moet uitzoeken voor onze sportlijst. Songs waar je wat mee hebt. Waar je blij van wordt. Mijn hyperactieve brein draait meteen op volle toeren. In de bus naar mijn ouders scroll ik door mijn muzieklijsten op Spotify. ’s Avonds in bed maak ik een lijstje met alle nummers die ik gaaf vind en waar ik blij van word. Die wat met me doen. Wake me up before you gogo van Wham moet in de lijst natuurlijk en Seven Nation Army van Skàld en uiteraard Leve het Nijlpaard van Klein Orkest. Het leukste kinderliedje dat er bestaat. De volgende dag tik ik de lijst met in totaal achttien nummers uit en betrap ik me erop dat ik nieuwsgierig ben wat ze ervan maakt. De zin om echt te beginnen is er nog steeds.

Lijstjes in mijn hoofd

Foto Pixabay

‘Ga je voor resultaat in kilo’s of lekker in je vel.’ Dat was de directe vraag die mijn coach Isabelle me stelde toen ik het idee opperde om toch nog een poging te doen om af te vallen. Een hele directe vraag. En een waar ik even hard over na moest denken. Want mijn geluk hing altijd af van het getalletje dat de weegschaal aangaf… en dat getalletje was nooit goed genoeg, want ik wilde altijd minder.

Eetstoornis

Dat heeft geresulteerd in een eetstoornis, waarbij ik hele lijstjes verboden voedsel in mijn hoofd had. Als ik weer eens een dieet uitprobeerde, de nieuwste hype, dan was eens een keer een frietje of een kroketje uit den boze. Want een vette hap kon in mijn ogen alles verknallen. En wat je niet mag… dat wil je des te meer. Als ik toegaf aan de verleiding dan had ik uiteraard gefaald en was ik dagen, soms weken boos op mezelf. Die lijstjes in mijn hoofd raak ik nooit meer helemaal kwijt, maar ze zijn minder prominent aanwezig.

‘Ik vind lekker in mijn vel belangrijker, dan het getalletje.’ Op een of andere manier realiseerde ik me dat het getal niet meer zo’n ding is. Dat hoe je je voelt veel belangrijker is. Het gaat om de mindset.

Excuustruus

Ik had inmiddels een eerste afspraak ingepland met Puur Gezond diëtiste Marion. De manier van eten van Puur Gezond had ik al ervaring mee, maar ik had nog wat moeite dat te implementeren in mijn dagelijkse leven. ‘Heb je die diëtiste echt nodig. Of is het een excuus naar anderen om te bewijzen dat je echt wel goed bezig bent.’ Die vraag sloeg in als een bom. Heerlijk zo’n coach die je heel direct met je neus op de feiten drukt. Want ik ben er inmiddels achter dat ik een excuustruus eerste klasse kan zijn. Soms. En zeker als het om eten, sporten en afvallen gaat. Want iets wat je moet is niet zo leuk als iets wat je wilt…

Het kostte me een week om na te denken of en waarom ik naar een diëtiste wilde. Want ik had al zoveel kennis over voeding. Maar iets in mijn gedachtengang was veranderd. Ik kan het allemaal prima zelf, weet wat ik wil doen, maar… Doe het vaak niet. En waarom niet? Geen idee. Er komt altijd wel iets belangrijkers doorheen fietsen. Iets belangrijkers dan ikzelf. Een vriend die hulp nodig heeft, of simpelweg: geen zin. Lang verhaal kort ik weet dat het minimaal drie maanden kost om goede gewoonten in te laten slijten. En ik kan daar best wat ondersteuning in gebruiken. Dus dit keer geen excuses, maar een cadeautje aan mezelf.

Als ik dun ben, word ik gelukkig…

Ik was een meisje van negen, toen ik me voor het eerst realiseerde dat ik niet doorsnee ben. Volgens de meester van de vierde klas was ik dik. Hij sprak me er regelmatig op aan. Ik moest minder eten. Ik was dik en dom en lui. In mijn hoofd bedacht ik daarbij dat ik dan ook wel lelijk moest zijn. Als ik nu naar foto’s van toen kijk, zie ik een heel gewoon meisje… Niet echt dik, misschien een beetje mollig. De dagelijkse kritiek van de meester, maakte dat ik mij niet op mijn gemak voelde op school. Ik ging heel hard mijn best doen, om maar bij hem in een goed blaadje te komen.

Op mijn dertiende ging ik voor het eerst op dieet. Want ik was te dik, vond ik. Ik werd begeleid door de huisarts en die gaf mij goede eettips. Het kwam neer op gezond eten. Wat ik eigenlijk al deed. Ik moest vooral letten op vet. Ik fietste dagelijks 28 kilometer naar school en voetbalde drie keer in de week. Maar ik voldeed niet aan het beeld wat er heerste van hoe een jonge vrouw moest zijn. En toen dacht ik voor het eerst: als ik dun ben, word ik gelukkig.

Op kamers

Op mijn achttiende ging ik studeren. Uit huis! Op kamers! Vrijheid! Zelf mijn potje koken, zelf het huishouden doen en ondertussen nog steeds studeren. Ik vond het lastig en bleek een emo-eter. Ik werd dikker en dikker en als ik in de spiegel keek dacht ik: als ik dun ben, word ik gelukkig.

Ik was 25 en verhuisde terug naar Groningen. Ik voetbalde nog steeds drie keer in de week. Fitnesste er twee keer bij, had een meer dan fulltime baan en ik was nog steeds een emo-eter. Ik probeerde elk dieet uit en ik dacht nog steeds: als ik dun ben, word ik gelukkig.

Ik was 36 en werkte full-time. Probeerde nog steeds elk dieet uit, behalve Sonja Bakker en Cambridge. Ik voetbalde niet meer maar probeerde drie keer per jaar weer een fitnessregime op te starten. Want als ik dun ben, word ik gelukkig. Aan het eind van het jaar viel ik om. Opgebrand. En toen moest ik aan de slag. Want ook al zou ik dun zijn, dat zou nog geen geluk betekenen.

Afhaken

Ik ben 47. Ruim een jaar geleden verhuisde ik naar een fijn huis, met lieve buren in een leuke straat. Ik ben gelukkig, maar nog steeds niet dun. Ik had nog steeds niet de manier van bewegen gevonden die bij me past. Totdat ik me bij een sportclub aan wilde melden en na een training te horen kreeg dat ik eerst maar voor mezelf moest gaan trainen. Want misschien zou ik wel afhaken en dat zou zonde van mijn geld zijn. En toen ging ik nadenken… Dit past niet bij mij. Maar wat dan wel. Ik ben gelukkig. Nog steeds niet dun. Wat wil ik. En zo begon mijn avontuur met Train Heerlijk Thuis.